Vergeleken met de plantenwereld is de dierenwereld qua soortenrijkdom veel kleiner op de Canarische Eilanden.
Enkele bijzondere inheemse soorten zijn de de Canarische torenvalk, de bruine kanarie en de laurier- en pijnboomduif. De Canarische Eilanden zijn trouwens niet naar deze kanarie genoemd, maar de vogels zijn naar de Canarische Eilanden genoemd. De Canarische Eilanden danken hun naam aan de Perra de Presa Canario, een grote hondensoort die al ten tijde van de Romeinen op de eilanden aanwezig was.
Veel voorkomende vogelsoorten zijn patrijzen, raven, spechten, lijsters, buizerds en torenvalken. Bekende vlindersoorten zijn de rode monarchvlinder, de blauwe Canarische vlinder, de oranje tijgervlinder en de roodzwart gekleurde dame.
Van de ca. 1650 op de Canarische Eilanden voorkomende planten-, bloemen-, en boomsoorten, zijn er ca. 600 inheems. Van deze 600 zijn er weer honderden die slechts op één eiland, vaak zelfs maar in één enkele ravijn voorkomen. Door de geïsoleerde ligging komen hier nog bloemen, bomen en planten voor die in de rest van de wereld al sinds 2,5 miljoen jaar zijn uitgestorven.
Op de Canarische Eilanden zijn drie vegetatiezones te onderscheiden.
0 - 900 meter: De droge zone hoogte herbergt met name in het noorden o.a. (schijf)cactussen inheemse dadelpalmen, acacia’s, amandelbomen, mimosa, jacaranda’s, Canarische ceders, agaven, bananenplanten, suikerriet, Canarische lavendel, aloë en eucalyptusbomen. Hier kom je ook de koning-jubawolfsmelk of ‘tabaiba’ tegen. Het ingedikte sap van de tabaiba kan als een soort kauwgom gegeten worden. Het sap van een andere wolfsmelksoort, de ‘cardó’ of kandelaarcactus wordt, vermengd met olie, gebruikt als medicijn. De ‘tajinaste’ is een gedrongen struik met een worstachtige stam en fijne groene bladeren. De plantages met de kleine Chinese banaan of dwergbanaan groeien tussen 300-400 meter boven de zeespiegel. De Tajinaste-plant is een zeer bijzondere bloem die aanvankelijk alleen op Tenerife voorkwam, maar nu ook met succes op La Palma is aangeplant. Het gewas kan bijna twee meter hoog worden en er kunnen aan één plant tienduizenden rode bloemen groeien. De Canarische palm (Phoenix canariensis) is overal te vinden, lijkt op de Noord-Afrikaanse dadelpalm, maar is korter, met grote weelderige bladeren en een mooiere kroon. 900 - 1800 meter: De boomzone tot 1800 meter bevat verschillende soorten naald- en loofbomen, o.a. verschillende lauriersoorten, hulst, boomheide en de Canarische pijnbomen (pino canario of Latijn: Pinus canariensis), die 20-30 meter hoog kunnen worden. In de pijnwouden groeien onder andere het zonneroosje en de slaaplelie. De ‘tuno indio’, een wild groeiende cactussoort, heeft veel scherpe stekels en kleine, rode vruchten, die mierzoet maar zeer verfrissend zijn.
1800 - 2500 meter: hier
groeien dwergstruiken, korstmossen en vele kruiden. ’s Winters bloeit het Teide-madeliefje en in mei de witte en paarse bloemen van de Teide-brem. Op de Roque de los Muchachos bloeit het paarskleurige Teide-viooltje, een van de weinige plantensoorten die nog boven de 3500 meter hoogte groeien.
Hieronder een kleine selectie van inheemse en geimporteerde bloemen en planten op La Palma.
De Latijnse naam van de Franchipani of Klanghout is Plumeria rubra.
Het is een kleine tropische boom uit Midden-Amerika met heerlijk geurende bloemen. Hij heeft een warme en beschutte omgeving nodig en kan daardoor goed op La Palma leven.
In Los Llanos de Aridane, achter de Plaza Espana op het pleintje achter de kerk staat een aantal prachtige exemplaren!
De Kerstster of Poinsettia (Euphorbia pulcherrima), behoort tot de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae) en wordt voornamelijk gekocht voor de kerst. De Latijnse naam pulcherrima betekent in het Nederlands 'de schoonste'. De Duitse plantkundige Wilenow heeft de Latijnse naam aan de plant gegeven vanwege de mooie kleur. Er zijn rassen met helderrode, donkerrode, zalmrode, witte en gele schutbladen (bracteeën), die stervormig gerangschikt zijn om de bloemknoppen. De eigenlijke bloemen zijn klein en geel van kleur. De schutbladen trekken insecten aan.
De vruchten kunnen worden gehalveerd en worden uitgelepeld. Het sappige vruchtvlees is zacht-vlezig en bevat vele circa 5 mm grote zaden. De plant wordt vaak als haag gebruikt. De cochenille-schildluis (Dactylopius coccus) parasiteert op deze plant. Dit insect levert een rode kleurstof voor de cosmetica-industrie.
Opuntia ficus-indica is de bekendste vijgcactus. Hij vormt ovale, tot 50 cm lange en 20 cm brede schijven. De plant is een uitgebreid vertakte, tot 5 meter hoge, cactus. De schijven bezitten wratvormende kussentjes met veel, fijne, stekende borstels (glochiden) met 1 -2 kleine doornen, die bij aanraking kunnen afbreken en in de huid terechtkomen.
Men zegt, dat deze plant vroeger als een soort pleister werd gebruikt door de werklui die de muren bouwden op het eiland. Als zij hun vinger hadden opengehaald aan een steen sneden zij een stukje af van de verode en deden dit als een soort spalkje om hun vinger die dan door de natuurlijke sappen in deze plant weer snel geneesde.
Kleinia Verode
Endemische plant, tot 2 meter hoogte. Komt vooral in kustregio voor en lijkt op de Euphorbia, is echter sterker en heeft geen melksap. Deze plant zie je overal in de berm en op oude steenmuren. De plant is in hete zomers meestal kaal.
Begonia's hebben vrouwelijke en mannelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen zijn herkenbaar aan de driehoekige verdikking onder de bloemen (het vruchtbeginsel).
Vuurbegonia.
Begonia (Begonia) is een geslacht bloeiende planten uit de begoniafamilie (Begoniaceae). Er zijn meer dan duizend soorten en Begonia is daarmee een van de omvangrijkste geslachten in de plantenwereld.
Van oorsprong komen begonia's uit vochtige, warme gebieden in een bosrijke omgeving. Er bestaan zowel eenjarige als overblijvende soorten, groenblijvers en soorten die hun bladeren laten vallen. Er zijn zelfs klimmende varianten.
De vijgenboom(Ficus carica) is een plant uit de moerbeifamilie (Moraceae).De boom is inheems in westelijk Azië. Al in de oudheid werd de soort gekweekt. Aangeplant wordt de boom om de vruchten, Vijgen, gehouden. In zuidelijke landen zoals La Palma zijn vijgenbomen een algemene verschijning.
De vijgenboom heeft kleine bloemen. Ze zijn opgesloten in een bijna gesloten bloembodem die vlezig is. De mannelijke bloemen zitten vlakbij de opening.
De wilde soort heeft karmozijnrode bloemen, maar er zijn rassen ontwikkeld met witte, gele, zalmkleurige, lila, donkerrode en gemengdkleurige bloemen. Ook zijn er cultivars met gevulde bloemen ontwikkeld. En tevens bestaan er rassen met bontgekleurde bladeren (zogenaamde “variegata” vormen).
De bekende Chinese roos(Hibiscus rosa-sinensis), is afkomstig uit tropisch Azië. Ook op La Palma wordt deze plant op grote schaal aangeplant en kan hij meer dan 4 meter hoog worden. Vaak wordt hij daar als haag gebruikt. De Indonesische naam van de plant is kembang sepatu, wat "schoenpoetsbloem" betekent, en inderdaad werd de bloem wel gebruikt om er de schoenen mee te poetsen.
De planten hebben in het algemeen dikke, vlezige bladeren meestal bezet met doornen langs de zijkant van de bladeren en eindigend in een scherpe punt.
Agaves groeien vrij traag en bloeien pas na vele jaren. Op dat moment groeit een (in verhouding met de plant) zeer grote stengel uit de plant waar bovenaan een groot aantal kleinere bloemen uitgroeien. Agaves planten zich voornamelijk vegetatief voort.
Agave is zowel de Nederlandstalige als de botanische naam van een geslacht van van oorsprong Amerikaanse succulente planten. Er is weinig of geen overeenstemming over welke planten exact tot dit geslacht horen, of in welke familie dit geslacht gepaatst moet worden. In het APG II systeem (2003) is er de keuze tussen indeling in de familie Agavaceae of Asparagaceae.
De wortel van de boomhei wordt veelal gebruikt voor het fabriceren van pijpen. Dit vanwege de hardheid en hittebestendigheid van het hout. Ook laat het hout zeer weinig smaak achter in de rook.
Boomhei (Erica arborea) is een plant uit de heifamilie (Ericaceae). De soort komt met name in het Middellandse Zeegebied voor.
Deze soort lijkt op Erica lusitanica, maar de plant is hoger en heeft donkerder bladeren. De bloemen zijn wit en hebben gele stempels.
Op La Palma is de boomhei veelal in het Noordoosten te zien. (bijv. boven Los Sauces)
Hertshooi (Hypericum) is een plantengeslacht van soorten die bekend zijn om hun geneeskrachtige werking. Het geslacht omvat struiken en kruiden. Hertshooi is populair in de sierteelt omdat de soort goed uitstoelt, mooi bloeit in de zomer om daarna aantrekkelijke bessen te krijgen in het najaar.
Absintalsem, Artemisia absinthium (Asteraceae), is een in Europa algemeen voorkomend kruid dat ongeveer een meter hoog kan worden en twee keer per jaar kan bloeien. Absintalsem wordt ook wel vermoutkruid genoemd. O.a gebruikt voor de bereiding van likeuren Op La Palma vindt je deze plant op een hoogte van ongeveer 400-500meter, bijv. boven het restaurant Mirador El Time bij Tazacorte.